La dernière lettre.

Ma douce amie,

Il n’y a pourtant que 30km qui nous séparent et il me semble que tu es encore plus lointaine que lorsque j’ étais à 600km.

Opnieuw zit ik op de trein, het moet al de vierde keer zijn deze week. De kater, al evenveel keer in zijn transportbox geduwd, loert beschuldigend. Ik laat het landschap aan me voorbijglijden en verlies mezelf in de kleuren die door de snelheid van de trein en mijn dromende ogen een boeltje worden.etui
Plots blijft mijn blik rusten op het bruinlederen etui in mijn tas en de netjes opgevouwen brief, 48 jaar lang onaangeroerd, neem ik bij me. De woorden, zorgvuldig neergepend, gewikt en gewogen, springen meteen naar mijn keel en lossen hun grip niet.

Hij schreef hem op een maandag, de brief. De kalender in het etui vertelt me dat ik die dag ook een volle maan had kunnen zien en dat ik C. Im. Mar. had moeten vereren. Nooit van gehoord.
Ik beeld me in dat ik tegenover hem zit in de coupé, die 22ste augustus 1960. In mijn verbeelding is hij jong en reist hij met een bruine koffer. Hij haalt er het lederen etui uit, klapt het open en staart naar de foto achter het plastieken venstertje. Ik zie de foto niet, maar zijn blik verraadt hem. Hij lijkt moe, en wanneer hij zijn ogen eindelijk losrukt van de foto, tuurt hij wezenloos de verte in.
Op het treintafeltje ligt het etui nog steeds open en hoe langer zijn eigenaar verzonken blijft in gedachten, hoe meer geheimen het prijsgeeft. Onder het fotovenster steekt een hoekje uit van een kleine kalender, niet groter dan een naamkaartje. Er staat 4821 boven geschreven, ik vraag me af wat de cijfers betekenen. De kalender en het etui zijn in het veelbelovende gezelschap van een zilverkleurige balpen en wat velletjes papier.
Opgeschrikt door een bruuske beweging van de trein keren de gedachten van de man terug naar de coupé. Hij lijkt nog vermoeider dan daarnet, en reikt naar de balpen. Hij begint te schrijven. De woorden blijven stromen en ik bespeur twee puntjes op het einde van een zin. Mijn nieuwsgierigheid bereikt ongekende hoogtes.
Terwijl zijn gelaat ouder wordt met elk woord dat hij neerschrijft, vloeit de tekst uit de zilverkleurige balpen. Niet de minste aarzeling, nooit een herlezen van een zin. Deze brief wilde hij al lang schrijven. Hij ondertekent niet, en zet nog net de datum in de rechterbovenhoek. Lundi 22. Dag van volle maan en C. Im. Mar. Voor de brief wordt weggestopt in een donkere hoek van het etui, vang ik een glimp op van zijn laatste woorden.

De kater protesteert tegen zijn opsluiting en doet me beseffen dat ik bijna mijn eindbestemming heb bereikt. De brief klemt nog steeds ergens tussen slokdarm en maag. Ik herhaal de laatste zin luidop en vraag me af waarom de brief nooit verzonden werd.

J’attends le moment où enfin je serais délivré de tout. Mais la destruction est lente, trop lente.

4 reacties

Opgeslagen onder Proza

Alstublieft buurman.

De buurman zaagt hout. Normaal gezien zou ik nu naar buiten turen, Mathilda-gewijs de woede en ergernis door mijn ogen persen, hopend dat mijn dodende blik zich een weg baant door raam en haag.
 De barbieroze handdoek van de buurdochter , nog nat van het zwempartijtje gisteren, zou plots opgetild worden door een windvlaag en de buurman, opgeschrikt door dit roze spook, zou in de prikkeldraad terecht komen. De prikkeldraad die een strook weide omheint die, gelukkig, onze beide woonerven van elkaar scheidt. Waarna de arme man dus de gaatjes in zijn kont zou tellen, Jupiler in de hand en Jan Smit op de achtergrond. Gedaan met hout zagen, dank u bovennatuurlijke kracht.

Vandaag dus niets van dat, want mijn scriptie moet af. In de drie uur dat ik al wezenloos naar mijn boeken staar, heb ik meer uitvluchten verzameld om niet te beginnen schrijven dan dat mijn tijdelijke kwelgeest hoofdstukken bevat. En dat zijn er genoeg.
De ellende begon al bij het ontbijt, uitvlucht-dagen benutten immers al de tijd die ze hebben, dat weet iedereen. Na de papieren krant anderhalve keer te hebben gelezen, drong ook de digitale versie zich aan me op. Waarna ik me ging wassen. Uitgebreid weliswaar, want ik voelde dat er iets op til stond vandaag. Bij de vierde poging tot paardenstaart hoorde ik de buurman zijn kettingzaag opstarten. De staart werd geen succes, dus nam ik laptop en boeken erbij, klaar om een onovertroffen laatste hoofdstuk  over boeddhistische kunst uit mijn hersenen te wringen.
Opnieuw werd ik afgeleid door die vervloekte startpagina die triomfantelijk uitpakte met weer een nieuwe krantenkop. Wat gaan die digitale krantenversies toch snel. Ervan overtuigd dat de wereld nood had aan mijn dagelijkse beslommeringen, wachtte me nog mijn verplichte dagelijkse doortocht op een bepaalde sociale networkingsite. Opnieuw naar de krant, weer een verse krantenkop. Nieuwsverzadigd en de geest op kunst gericht, sloop ongemerkt toch een andere existentiële vraag mijn hoofd binnen. Rode lippenstift.
Verdomme Marjolein, concentreer u! Ga nu geen rode lippenstift op uw lippen smeren en stop met in uw haar te draaien!

Ik geef mij over, mijn verzameling uitvluchten is uitgeput en zelfs de buurman stopte net met hout zagen. Jan Smit lonkte.
Maar ik smeek u, liefste buurman, laat Jan en Jupiler voor wat ze zijn en gun mij deze uitvlucht. Die verse krantenkop laat immers erg lang op zich wachten.

1 reactie

Opgeslagen onder Proza

Op zoek naar.

Op zoek naar Daan in Antwerpen. Ondanks verwoede pogingen van Nikki om hem uit de waterkraan te helpen, boekten we weinig succes.

Waterdaankraan 

 

Wat we wel vonden, was Freddy. Het Lelijkste Ding Ooit:

Freddy

Geef een reactie

Opgeslagen onder Zomers & Random

Sint-Jacobsmarkt 59

Sint-Jacobsmarkt

Ons Antwerps Kot, met een Think Twice, nachtwinkel, wassalon en boekenwinkel aan de overkant. En trams voor de deur. En een vriendin/(boeken-koffie-)project-partner om de hoek, ruim binnen walkie-talkiebereik!

Heb ik nog meer nodig?

Geef een reactie

Opgeslagen onder Ons Antwerps Kot